Category: blog

VUB Honorary Doctorate Terttu Nevalainen

On Friday, 6 June, at the stunning Vaudeville Theatre in Brussels, Prof. Dr. Em. Terttu Nevalainen received an honorary doctorate from the Vrije Universiteit Brussel. She was honored for her groundbreaking contributions to the field of historical sociolinguistics – particularly her pioneering work in large-scale corpus building, her innovative use of quantitative methods to study language variation and change, and her influential insights into linguistic communities (in the history of English).

In this video, professors Wim Vandenbussche and Rik Vosters reflect on Terttu’s achievements.

Congratulations, Terttu!

Team participation at the Languages in the City Symposium 2025

One of our team’s researchers, Samantha Pérez Rodríguez, was granted the chance to participate in the Languages in the City Symposium, hosted by Utrecht University from 7 to 8 April 2025.

In her talk “Andalusian Spanish in Brussels: Dialectal Variation of Coda /s/ in a Heritage Context” she shared insights from both her master’s thesis and ongoing research, focusing on the diversity of Spanish heritage varieties in Brussels.

Congratulations, Samantha!

Team participation at the Sociolinguistic Circle 2025

This past April 4 2025, our team had the opportunity to present their work at the eleventh edition of the Sociolinguistic Circle at Leiden University.

Julie Van Ongeval and Rik Vosters provided an overview of recent research in historical sociolinguistics on the history of Dutch in their plenary talk, “Unraveling myths in Dutch language history. A case study on language variation and change in Early Modern Antwerp (1564-1653)”, reassessing and unraveling entrenched myths in Dutch language history.

Additionally, Emma Lambrecht presented her master’s thesis “From Spoken Word to Written Text: Tracing Speech Patterns in 19th-Century West Flemish Pauper Letters and Witness Depositions”, deepening the understanding of historical spoken vernaculars perceived through the written medium and reflecting on the suitability of lower-order letters versus witness depositions as sources to approach past speech.

Congratulations to all of them!

Artikel promotieonderzoek Eline Lismont

van: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2025/04/hoe-komen-onze-taalregels-tot-stand

Hoe komen onze taalregels tot stand?

Veel van de taalregels die wij nu gebruiken, zijn in de zeventiende en achttiende eeuw geformuleerd. Promovenda Eline Lismont onderzocht in een dubbeltraject aan de universiteiten van Leiden en Brussel wat ervoor zorgde dat sommige een succes werden en andere snel werden vergeten.

Was in de middeleeuwen Latijn de taal bij uitstek voor schriftelijke communicatie, in de zestiende eeuw maakt de volkstaal een opmars. Stromingen als de Renaissance en het humanisme wilden de Bijbel voor iedereen beschikbaar maken, waardoor steeds meer teksten ook in het Nederlands worden gedrukt. ‘Als je een Bijbelvertaling op grote schaal wilt verspreiden, heb je nood aan een uniforme taal’, vertelt Lismont. ‘Voor het eerst worden er daarom regels geformuleerd die breed worden verspreid. Ik heb onderzocht in hoeverre die ook daadwerkelijk werden toegepast.’

Proces van eeuwen

Lismont vergeleek daarvoor grammatica’s en schoolboeken, die voorschrijven hoe het nieuwe gestandaardiseerde Nederlands eruit zou moeten zien, met ‘natuurlijk’ taalgebruik in administratieve teksten, gedrukte teksten en dagboeken of reisverslagen. ‘In die vroege periode van de zestiende, zeventiende eeuw zie je nauwelijks invloed van die nieuwe taalregels op het bredere taalgebruik. In gedrukte werken wordt er vaak rekening mee gehouden, omdat die worden geredigeerd, maar in bijvoorbeeld reisverslagen spelen ze nauwelijks een rol. Dat is op zich niet zo verrassend, omdat de nieuwe regels vooral worden geformuleerd voor een hogere sociale klasse. Mensen die voor zichzelf een reisverslag bijhielden, waren er veel minder mee bezig.’

Pas in de achttiende eeuw dringen de taalregels door onder bredere lagen van de bevolking. ‘Door het Verlichtingsideaal en het opkomende nationalisme ontstaat het idee dat er één taal voor de natie moet komen’, legt Lismont uit. ‘Schoolboeken worden voor een breder publiek geschreven en breder verspreid. Vanaf dat moment zie je dat de geformuleerde regels daadwerkelijk breed worden toegepast, al zie je nog wel grote verschillen in het succes.’

Verschil in succes

Een eenvoudige spellingregel als ‘gebruik voortaan “aa” in plaats van “ae”’ wordt al snel breed toegepast, terwijl het verschil tussen ‘hen’ en ‘hun’ voor veel gebruikers lastig blijft. ‘Dat onderscheid bestond aanvankelijk niet in het Nederlands, maar is in de zeventiende eeuw toch ingevoerd’, zegt Lismont. ‘Daaraan zie je hoe ingewikkeld het is om een nieuwe taalregel te introduceren. Hen en hun is een van de weinige waarbij dit is gelukt, maar zelfs nu hebben veel mensen er nog moeite mee. Wat veel beter gaat, is het versnellen of juist tegenhouden van bestaande veranderingen.’ Dan gaat het over spellingsregels, maar bijvoorbeeld ook over het gebruik van ‘groter als’ in plaats van ‘groter dan’. Lismont: ‘Daar wordt zoveel kritiek op gegeven dat die nooit helemaal doorzet.’

Politieke invloed

Een andere factor die bepalend is voor het succes van de regelgeving is de politieke situatie. In de Noordelijke Nederlanden volgt de behoefte aan standaardisatie op de onrust van de Opstand, in het huidige België komt die pas in de achttiende eeuw echt op gang. ‘Je ziet dat mensen daar veel langer vasthouden aan bijvoorbeeld ‘ae’. Dat wordt zelfs voorgeschreven in schoolboeken en mede daardoor heel lang als typisch zuidelijk beschouwd’, legt Lismont uit. ‘Pas wanneer het Koninkrijk der Nederlanden ontstaat tussen 1815 en 1830, neemt de invloed van het noorden toe. Mensen gaan dan vaker ‘aa’ schrijven, maar degenen die echt een eigen natie willen, houden juist vast aan ‘ae’.’

Guest lecture by Eline Lismont (FWO & VUB): “The relationship between codified norms and usage in Early and Late Modern Dutch”

As part of the master’s course on historical sociolinguistics, Eline Lismont will give a guest lecture on the relationship between codified norms and usage in Early and Late Modern Dutch. The lecture will take place on Friday 29 November 2024 from 11 a.m. to 13 p.m. in room D.3.13 on the VUB campus. Registration is not required.

Everyone is welcome! 

Guest lecture by Prof. Dr. Laura Wright (University of Cambridge): “Opium, ‘yellow peril’ and the London docks: on lexical sociolinguistics, communities of spatial practice and enregisterment”

As part of the master’s course on historical sociolinguistics, we are welcoming Prof. Dr. Laura Wright from the University of Cambridge to give a guest lecture on lexical sociolinguistics, communities of spatial practice and enregisterment. The lecture will take place on Friday 22 November 2024 from 11 a.m. to 13 p.m. in room D.3.13 on the VUB campus. Registration is not required.

Everyone is welcome! 

Het Parool over meertaligheid in Brussel

Is Brussel toe aan een derde taal?

Het Engels bekleedt in het nu al tweetalige Brussel een steeds grotere positie, net als in Amsterdam. Verdient het Engels een plek als derde officiële taal van de snel internationaliserende Europese hoofdstad? De weerstand is aanzienlijk. ‘De maatschappelijke revolutie heeft al plaatsgevonden.’

Interview met Brussels minister Sven Gatz en taalkundige Rik Vosters

https://www.parool.nl/amsterdam/brussel-verengelst-zo-fanatiek-dat-het-engels-als-derde-officiele-taal-niet-ondenkbaar-is-de-geest-is-uit-de-fles~ba5d5970/

 

Taalverhalen van over de oceaan: Vlamingen in Amerika

Leontine

Ik zend u een zichtje
van de stad welke ik
bewoon en ik durf ver-
hopen dat het u aange-
naam zal zijn. Indien ge
liefhebber van postkaarten
zijt zal ik er nog zenden
want hier zijn toch zulke
schoone, de streek is hier
allerprachtigst. Mijne gezond-
heid is God dank zeer goed
en ben hier beter dan in Belgie
‘t verschil is groot. Mijne
eerbiedige groeten aan
Nicht Angelique.

 Achtend gegroet Florent


Van het beloofde land

Deze woorden schreef Florent vanuit Moline, een Amerikaanse stad in de staat Illinois in 1913 op postkaart met als bestemming Sint-Niklaas in België. Florent was één van de 150.000 Vlaamse landverhuizers die tussen 1830 en 1930 besloot om zijn geluk in Amerika te beproeven. Dat is niet zo gek: België werd in die tijd namelijk geteisterd door hongersnood als gevolg van misoogsten en armoede door slechtbetaalde loonarbied in het kader van de industriële revolutie. In Amerika zag het plaatje er veel rooskleuriger uit. Vanaf 1862 bood de Amerikaanse overheid migranten gratis landbouwgrond aan via de Homestead Act, en fabrieken betaalden arbeiders beduidend beter dan in Vlaanderen (Musschoot 2002). Wanneer de Vlamingen eenmaal aangekomen waren in Amerika, genoten enkele bestemmingen bijzondere populariteit, zoals Moline in Illinois, Detroit in Michigan en De Pere in Wisconsin.

Vlaams-Amerikaanse kranten

Het is dan ook in die drie steden dat de Vlaamse migranten hun eigen kranten tot stand brachten: De Volksstem (uit De Pere), de Gazette van Moline, en de Gazette van Detroit. Die kranten vormen een uiterst interessante bron. Niet alleen vanuit geschiedkundig oogpunt, maar ook taalkundig gezien bieden ze een schat aan informatie. Toch hebben ze tot nu toe voornamelijk aandacht gekregen van historici. Daar wil ik verandering in brengen met mijn doctoraat dat focust op het taalgebruik van Vlaamse migranten in Amerika in de 19de en 20ste eeuw.

Vlaams yay, Engels nay?

De eerste case study van mijn proefschrift maakt daarom gebruik van edities van De Volksstem, de Gazette van Moline, en de Gazette van Detroit die gepubliceerd zijn tussen 1890 en 1959. Aan de hand van die kranten wilde ik de volgende vraag beantwoorden: welke attitudes houden Vlaamse migranten tegenover het Nederlands en het in Engels in Amerika? Omdat het niet mogelijk is om die vroege emigranten en nakomelingen zelf te bevragen, lijken kranten de ideale oplossing te bieden. Kranten staan er tenslotte om gekend om attitudes met betrekking tot taal te beïnvloeden en te weerspiegelen (Johnson en Milani 2010).

Om de vraag te beantwoorden, voerde ik een kwalitatieve discoursanalyse uit op een totaal van 105 edities, min of meer gelijk verspreid over de drie kranten. Dat houdt in dat ik die kranten van voor naar achter gelezen heb en elke uiting waarin iets gezegd werd over het Engels of het Nederlands grondig geanalyseerd heb. Daarbij wordt de volledige inhoud van de kranten in acht genomen: artikelen, lezersbrieven, columns, comics en advertenties.

Double yay!

Mijn onderzoek bracht twee belangrijke bevindingen aan het licht. Ten eerste wilde de Vlaams-Amerikaanse  de Nederlandse taal zo goed en zo lang mogelijk bewaren in Amerika. Dat blijkt uitspraken zoals: “Het is, ons dunkens, een loffelijk gebruik, in den huiskring zooveel mogelijk de Vlaamsche taal te gebruiken. Het mag niet zijn dat de Vlaamsche taal onder de Vlaamsche Amerikanen uitsterve!” (Gazette van Moline 1907) Maar ook minder expliciet wordt duidelijk gemaakt dat het belangrijk is om het Nederlands te onderhouden. Zo worden lezers aangespoord om Nederlandstalige boeken te lezen, Nederlandstalige muziek te beluisteren, en Nederlandstalige toneelvoorstellingen bij te wonen. Cultuur was immers een uitstekend medium om de landverhuizers te verbinden met hun moedertaal. Dat wordt bevestigd door een journalist in de Gazette van Detroit: “Een toneelavond weergegeven in de Nederlandsche taal spreekt dichter en inniger tot de ziel dan al den praal van jazz en stars.” (Gazette van Detroit 1935)

Hoewel die uitspraak misschien doet vermoeden dat het Engels op minder steun kon rekenen, is niks minder waar. De tweede bevinding die ik vaststelde, is namelijk dat de Vlamingen een positieve houding aannemen ten opzichte van het leren en gebruiken van Engels. Dat baseer ik onder meer op de talloze advertenties voor Engelse taallessen die in de drie kranten verschenen. Bovendien voorzag de Gazette van Moline op een zeker moment, meer bepaald tussen 1910 en 1923, haar lezerspubliek zèlf van Engelse lessen. Eén à twee pagina’s werden besteed aan het uitleggen van de Engelse grammatica, morfologie en woordenschat.  Verder wijst het taalgebruik in de kranten op een open attitude; regelmatig vond ik Engelse woorden en zinnen in artikelen terug, soms met een speelse ondertoon. Een correspondent noteerde bijvoorbeeld:  “Wij hopen dat ze alle drie een ‘pleasant holiday’ zullen hebben. Niet te veel turkey Maurice, ‘t is niet goed voor uwe ‘waist-line.’”[1](Gazette van Detroit 1946)

engelselessengvm.png

Verder onderzoek

De tweede casestudy van mijn proefschrift heeft nu als doel het gebruik van Engels in de kranten meer concreet in beeld te brengen. Hoeveel Engels woorden komen precies voor en hoe zien die eruit? Tot slot zal de laatste casestudy dieper ingaan op de sprekers zelf. Wie maakt gebruik van gebruik van Engelse? Zijn er verschillen tussen sociale groepen? Dat gebeurt aan de hand van persoonlijke brieven en postkaarten zoals die van Florent. Met die drie deelstudies hoop ik een breed en gedetailleerd overzicht te kunnen geven van de (Belgisch-)Nederlandse taal in de Verenigde Staten in de 19de en 20ste eeuw.

[1] De aanhalingstekens rond pleasant holiday en waist-line zijn overgenomen uit de krant.

Deze blogpost is gebaseerd op het gelijknamige artikel dat verschenen is in het eerste nummer van 2024 van het populair-wetenschappelijk tijdschrift, VakTaal.

Crombez, Y. (2024). Taalverhalen van over de oceaan: Vlamingen in Amerika. VakTaal, (1).